Neem contact met ons op

De afgelopen jaren zijn er veel bestemmingsplannen gestrand bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State omdat parkeren niet op een juiste manier in het plan is verankerd (zie ook onze jurisprudentie email: http://www.partnersro.nl/2014/11/05/jurisprudentiemail-parkeren/). Op 9 september 2015 is er een interessante uitspraak bijgekomen. Het betreft de uitspraak over bestemmingsplan KPN campus Fockema Andrealaan, Rubenslaan e. o. van de gemeente Utrecht (201410585/1/R6).

De gemeente heeft bij dit ontwikkelingsplan voor een deel van de gronden de bestemming Gemengd vastgesteld. Binnen deze bestemming zijn diverse functies toegestaan, waaronder bijbehorende gebouwde parkeervoorzieningen en de ontsluiting hiervan. Vervolgens wordt in de algemene regels aangegeven dat de verschillende gronden mogen worden bebouwd mits er wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid, dan wel voldoende parkeergelegenheid in stand wordt gehouden. De term “voldoende parkeergelegenheid” wordt vervolgens niet verder verduidelijkt in de planregels. De juridische planbeschrijving in de toelichting geeft aan dat de (hoeveelheid) parkeergelegenheid moet voldoen aan het gemeentelijk beleid en dat het college parkeernormen voor diverse functies heeft vastgesteld.

De Afdeling heeft geoordeeld dat enkel de verwijzing naar “voorzien in voldoende parkeergelegenheid” niet voldoende rechtszekerheid biedt, want uit de planregels volgt niet waaraan concreet getoetst moet worden.

De Afdeling stelt dat de concrete verwijzing naar de beleidsregel, en daarmee naar de van toepassing zijnde parkeernormen, wel in de planregels opgenomen moeten worden. Ook komt de Afdeling met een heldere oplossing om in de parkeerregel nog enige mate van beleidsmatige flexibiliteit op te nemen, namelijk: “indien de beleidsregel gedurende de planperiode wordt gewijzigd, óók rekening gehouden dient te worden met deze wijziging.”

De vorengaande lijn van de Afdeling is helder maar vergt wat extra aandacht bij vaststelling van het nieuwe parkeerbeleid waarbij de normen wijzigen. Het kan immers zo zijn dat een ontwikkeling haalbaar is omdat er voor een functie een lage parkeernorm is opgenomen in het vigerende parkeerbeleid. Wanneer het nieuwe parkeerbeleid wordt vastgesteld met een hogere norm dan dient daar conform de uitspraak ‘rekening mee te worden gehouden’. Het is aanbevelenswaardig om in nieuw parkeerbeleid (overgangs)regels op te nemen om in dergelijke situaties te voorkomen dat een bepaalde ontwikkeling na vaststelling van een hogere parkeernorm niet langer haalbaar is.

Daarnaast staat de Omgevingswet voor de deur. De Omgevingswet is gericht op flexibiliteit maar in het voorbeeld van de parkeercasus met een beleidsmatige wijziging van een lage parkeernorm naar een hogere parkeernorm dient ook in toekomstige Omgevingsplannen vastgelegd te worden op welke wijze daarmee om wordt gegaan. Tot die tijd dient in de bestemmingsplanregels geborgd te worden dat voldoende parkeergelegenheid conform de vigerende gemeentelijke parkeernormen wordt gerealiseerd. In het kader van de flexibiliteit kan daarnaast worden vastgelegd dat rekening gehouden kan worden met toekomstig parkeerbeleid.

Download in navolgende link het artikel in pdf formaat: PartnersRO – Parkeren in bestemmingsplannen