Neem contact met ons op

Stedenbouwkundige bepalingen uit bouwverordening

Pijler

Met de Reparatiewet BZK 2014 zijn de Woningwet en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) gewijzigd. Daarmee is de grondslag om in gemeentelijke bouwverordeningen stedenbouwkundige bepalingen (waaronder parkeren) op te nemen vervallen.

Met de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening (Stb. 2008, 180)) was al de bedoeling om de stedenbouwkundige bepalingen te schrappen. Uiteindelijk is hiervan afgezien, onder andere omdat bij veel gemeenten onduidelijkheid was over de wijze waarop het parkeren in het bestemmingsplan zou kunnen worden geregeld. Zo bestond er onduidelijkheid over de mogelijkheid om via een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan het parkeren te regelen. Inmiddels wordt de voorwaardelijke verplichting al veelvuldig toegepast en kan deze ook voor het zekerstellen van voldoende parkeergelegenheid gebruikt worden.

In de wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening is bovendien een bepaling opgenomen, die het mogelijk maakt in de regels een koppeling te maken met beleidsregels. Hierdoor kan net als in de bouwverordening werd gedaan, een flexibele regeling voor parkeren worden opgenomen in het bestemmingsplan. Daarmee zijn de belemmeringen tegen het opheffen van de mogelijkheid stedenbouwkundige bepalingen op te nemen in de bouwverordening weggenomen.

Er is gekozen voor een overgangstermijn van bijna 5 jaar. Binnen deze periode moeten gemeenten hun bestemmingsplannen aanpassen aan de nieuwe situatie. De stedenbouwkundige voorschriften, zoals het parkeren, moeten nu in het bestemmingsplan zelf geregeld worden.

Als u hierover meer wilt weten over kunt u contact opnemen met Kristel Hoogenboezem.