Neem contact met ons op

Steeds vaker hebben we te maken met inbreidingsplannen. De ruimte is beperkt en moet zo optimaal mogelijk benut worden om tot een haalbaar plan te komen: Parkeren staat onder druk!

Vaak is het parkeren een onderwerp van onderhandeling tussen ontwikkelaar en gemeente en een zorg voor de omwonenden. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet in het bestemmingsplan aangetoond worden dat er sprake zal zijn van voldoende parkeergelegenheid. Maar hoe doe je dit in de praktijk?

Hieronder een aantal interessante uitspraken van de Raad van State over parkeren:

Motivering met gemeentelijk parkeerbeleid: Utrecht
Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 juni 2014 (201300506/3/R2 (Utrecht) over parkeren blijkt het volgende:

  • Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen kan gebruik gemaakt worden van gemeentelijk parkeerbeleid, mits goed gemotiveerd;
  • Er moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van het bestemmingsplan.

Uit de uitspraak blijkt dat er in het geval van het plan Bijenkorf in Utrecht onvoldoende was aangetoond dat op basis van de ‘Nota stallen en parkeren’ uitgegaan kan worden van een lage parkeernorm. De Nota biedt de mogelijkheid om in het centrumgebied in concrete gevallen maatwerk toe te passen (met een lagere parkeernorm), mits op korte afstand voldoende parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Dit laatste was niet goed aangetoond. Daarnaast was niet uitgegaan van de maximale mogelijkheden, maar van het concrete plan. Het bestemmingsplan voor de Bijenkorf sneuvelde, terwijl ze reeds waren begonnen met de bouw. Dit heeft geresulteerd in een enorme schadepost en vertraging in het project.

Afwentelen parkeren op omgeving: Bodegraven-Reeuwijk
Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 juli 2014 (201309215/1/R1 (Bodegraven Reeuwijk) over parkeren blijkt het volgende:

  • Als op de locatie van de ontwikkeling niet voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd kunnen worden, kan dit aangevuld worden met beschikbare parkeergelegenheid in de omgeving (mits gemotiveerd dat hier daadwerkelijk een overcapaciteit is).
  • Het is mogelijk om met de initiatiefnemers in het plangebied overeen te komen dat voor het tekort aan parkeerplaatsen een financiële bijdrage zal wordt gedaan, waarmee de gemeente in de directe omgeving van het plangebied extra parkeerplaatsen kan realiseren.

Uit bovenstaande volgt dat het niet altijd nodig is om de benodigde parkeerplaatsen op de nieuwbouwlocatie zelf op te lossen. Ook parkeerplaatsen in de omgeving kunnen meegenomen worden in de berekeningen. Wel moet dan aannemelijk zijn dat deze parkeerplaatsen ook daadwerkelijk (duurzaam) beschikbaar zijn voor de ontwikkeling. Ook is het mogelijk het tekort aan parkeerplaatsen af te laten kopen middels een storting in een gemeentelijk parkeerfonds. Hierbij is wel van belang dat de financiële bijdrage daadwerkelijk wordt benut om het parkeerprobleem van de desbetreffende ontwikkeling op te lossen (zie  RvS 200508020/1 (Deventer)).

Bestaande parkeerhinder meewegen: Heesch
Uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2013 (201206895/1/R3 (Heesch)) over parkeren blijkt het volgende:

  • Er moet worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden van de representatieve invulling van het bestemmingsplan.
  • Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de gemeenteraad beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe door het plan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden.

Bij het bepalen van het aantal benodigde parkeerplaatsen moet worden uitgegaan van een representatieve invulling van hetgeen in het plan planologisch maximaal mogelijk is. Het is niet duidelijk wat daaronder exact moet worden verstaan. In elk geval lijkt bedoeld te worden, dat mag worden uitgegaan van een realistische invulling van het bestemmingsplan, in plaats van een theoretische absoluut maximaal denkbare invulling (zie daarover onder andere S.M. van Velsen, Representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden van een bestemmingsplan deel 1 en deel 2, TBR 2013/65 en TBR 2013/77).

Verder volgt uit de uitspraak dat vanwege een zorgvuldige voorbereiding van een bestemmingsplan de gemeenteraad bij de vaststelling moet beoordelen of zich reeds een parkeertekort voordoet en hoe door het plan mogelijk gemaakte nieuwe ontwikkelingen zich daartoe verhouden. De gemeenteraad zal inzichtelijk moeten maken wat dat betekent voor de parkeersituatie. Dit wijkt overigens af van de bestendige jurisprudentie, waarbij het uitgangspunt was dat de bestaande parkeerhinder buiten beschouwing gelaten kon worden (onder andere 201002910/1/H1 (Halderberge).

Meer informatie over de parkeren in het bestemmingsplan
Voor meer informatie bel met Kristel Hoogenboezem (06-15336892) of Rogier Crusio (06-51863293). Wij adviseren u graag over de aanpak van dit thema bij het maken van een bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing.