Neem contact met ons op

Column: Is normaal maatschappelijk risico wel normaal?

Pijler

Is normaal maatschappelijk risico eigenlijk wel normaal?
Lange tijd was normaal maatschappelijk risico niet normaal.  Er kon wel sprake zijn van voorzienbaarheid en ook van passieve risicoaanvaarding waardoor de geleden schade (deels) voor rekening van de benadeelde bleef, maar dat waren omstandigheden waarop ondubbelzinnig getoetst kon worden. De algemene terminologie ‘normaal maatschappelijk risico’ werd wel eens benoemd in uitspraken van de Afdeling maar speelde ‘logischerwijs’ geen rol bij de beoordeling van planschadeverzoeken onder artikel 49 oude WRO.

In het ‘nieuwe’ artikel 6.2 Wro deed het begrip normaal maatschappelijk risico haar intrede. Daarin werd middels een forfaitaire regeling bepaald dat 2% van de ontstane indirecte schade in  ieder geval voor rekening van de aanvrager blijft. [1] In een dynamische omgeving waarin het stedelijke decor zich voortdurend ontwikkeld is het wellicht logisch om een drempel in de wereld van de planschade te brengen. Maar gezien de totstandkoming en formulering van deze wet was de intentie van de wetgever met de introductie van het ‘normaal maatschappelijk risico’ verstrekkender.

Volgens vaste rechtspraak dient de hoogte (%) van het normaal maatschappelijk risico (nmr) bepaald te worden ‘met inachtneming van alle van belang zijnde omstandigheden van het geval’. Aangezien vorenstaande onmetelijk breed en vaag is kunnen we inmiddels uit de jurisprudentie een aantal specifieke hoogtebepalende nmr-criteria destilleren:

  • De aard van de overheidshandeling;
  • Het gewicht van het daarmee gediende belang;
  • Voorzienbaarheid van de handeling en gevolgen (in abstracto);
  • Aard van de toegebrachte schade;
  • Omvang van de toegebrachte schade.

Anders dan het geval is bij voorzienbaarheid (in concreto) van schade hoeft er bij normaal maatschappelijk risico geen concreet zicht te zijn op de omvang waarin, de plaats waar en het moment waarop deze ontwikkeling zich zou voordoen. Op hoofdlijnen komt het er op neer dat van belang is of de planologische ontwikkeling als een normale maatschappelijke ontwikkeling in de lijn der verwachting lag. In de procedure na een aanvraag tegemoetkoming in planschade zal de benadeelde dus vervolgens trachten aan te tonen dat de schade abnormaal is gelet op de aard en omvang (tijd, duur, plaats, frequentie) en niet passend is in de ruimtelijke structuur en het planologisch beleid en/ of het individueel belang onevenredig wordt geschaad.

Enig maatschappelijk risico (2%) is eigenlijk wel normaal in Nederland, maar hebben we naast voorzienbaarheid in concreto en passieve risicoaanvaarding nu echt niet genoeg instrumenten in handen om planschade te minimaliseren? De introductie van het normaal maatschappelijk risico in art. 6.2 Wro is goed nieuws voor overheid (en ontwikkelaars), maar zal toch leiden voor een verminderd gevoel van rechtvaardigheid bij de benadeelden (burgers en ondernemers). Het doet me denken aan een lied van Veldhuis en Kemper dat naar aanleiding van voorgaand iets aangepast dient te worden; ‘15 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde, die schrijven we de wetten voor dan houdt de overheid zijn waarde’.

 

Voor meer informatie over planschade en normaal maatschapelijk risico kunt u contact opnemen met Rogier Crusio.


[1] In de eerdere wetsvoorstellen werd nog een forfait van 10% en daarna 5% voor normaal maatschappelijk risico voorgesteld! Wetgever wilden namelijk af van de hoge bestuurlijke en administratieve kosten die bij behandeling van de talloze planschadeverzoeken van minimale omvang van toepassing zijn. Nota bene een amendement heeft uiteindelijk bepaald dat in de tegemoetkoming van de schade het eigen risico voor aanvrager 2% moest bedragen.