Neem contact met ons op

Ontwikkeling in actualiseringsplan; doorschuiven?

Pijler

Een gemeenteraad dient in het kader van een bestemmingsplanherziening gemotiveerd te beslissen over concrete bouwplannen. De Raad van State volgt hier een vaste lijn. Het hanteren van de lijn dat alleen verleende omgevingsvergunningen in een bestemmingsplan worden meegenomen is niet houdbaar (ABRvS 21 juli 2010, nr.200906283/1/R2, ABRvS 17 augustus 2011, nr.200906463/1/R1, ABRvS 3 juli 2013, nr.201206694/1/R2, ABRvS 17 juli 2013, nr.201210659/1/R1).

De lijn van de Raad van State betekent niet dat alle toekomstige ontwikkelingen onder alleomstandigheden in het bestemmingsplan moeten worden afgewogen. In bepaalde omstandigheden kan het aanvaardbaar zijn om slechts concrete plannen in een bestemmingsplan te verwerken. Een algemeen criterium ontbreekt op dit moment nog. Een criterium zou kunnen zijn (naar H.J. Breeman): ‘sprake moet zijn van een bouwplan dat tijdens of vóór de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan ter kennis van de raad is gekomen, en zodanig concreet is, dat de gemeenteraad zich, indien nodig na eigen onderzoek, een beeld kan vormen van de ruimtelijke en milieuhygienische gevolgen van het plan, waarbij een ontvankelijke aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwplan in elk geval wordt gekwalificeerd als voldoende concreet’